Toine & Lizzie onderweg naar Santiago de Compostella

Waar lopen Toine Stoop & Lizzie Blauw ? Zij zijn op 04 juni lopend vertrokken vanuit De Noord op weg naar  Santiago de Compostella. 

De vorige keer schreven we over de minder leuke dingen die je kunnen overkomen op de voettocht. Een pelgrimage is niet zonder gevaar. Zeker in de middeleeuwen waar overvallen door struikrovers regelmatig voor kwamen. Dit lezen we uit overgeleverde verslagen uit die tijd.  De enige mogelijke bescherming was als de struikrovers zagen dat je een pelgrim was op weg naar Santiago de Compostella. Want pelgrims overvallen, dat vertrouwde ze toch niet helemaal of het dan nog wel goed voor ze zou aflopen. Het is uit die tijd dat men zichtbaar de Sint Jacobusschelp op hun rug gingen dragen zodat de potentiele struikrovers vanuit de bosjes zagen dat ze met pelgrims van doen hadden. Of het altijd hielp weten we niet maar wel dat op de dag van vandaag iedereen een jakobsschelp zichtbaar met zich mee draagt.

De minder leuke dingen waar onze hedendaagse pelgrims Toine & Lizzie tegen aanliepen waren de bed wantsen waar we in het vorige Contact over hebben geschreven. Alles ontsmet incl. hun rugzakken en noem maar op. Zalfjes op de huid en een aardige mevrouw gaf hun lavendelolie mee die ook zeker zouden helpen. In een walm van Lavendelgeur vervolgden ze hun weg naar het uit het jaar 1129 gestichte klooster van de Augustijnen want daar was slaapplek voor pelgrims tenminste wanneer men de getijdengebeden meevierden in de kapel. Daar aangekomen was er geen monnik te bekennen, alle deuren dicht. Op de trappen van de kerk gingen ze zitten eerst maar wat eten en het flesje wijn die ze gekocht hadden soldaat maken. Op eens kwam een priester naar hun toe. ‘Willen jullie een stempel voor in je pelgrimspaspoort ? ”.  Ja graag en we zoeken nog een slaapplaats voor de nacht. ‘In het klooster is dit niet mogelijk’ antwoordde de priester. Er zijn gastgezinnen. Na de H. Mis regelen we wel iets. En warempel een vrouw die in de H. Mis zat nam ze mee. Ze sprak vloeiend Engels. Ze was dan ook oorspronkelijk Iers.

Lizzie vertelde: ‘het was daar een grote bende in huis. We moesten over de rommel klimmen om in ons bed te komen. Ze was wel aardig en gastvrij. Ze bood nog een biertje aan en de volgende morgen kregen ze nogal wat gekookte eieren mee’. Daarover later meer.

De volgende dag kwam onze webmaster van de H.Hartkerk: Sem Groot ze opzoeken. Die zou enkele dagen met ze meelopen maar was geblesseerd geraakt. Dus dat was balen voor Sem. Die nacht sliepen ze weer op een bijzondere plek namelijk in een oude watermolen. Er was een cafeetje die elke dag open was behalve – je raadt het al – op de dag dat zij in dat plaatsje waren. Er toch maar heen gegaan en inderdaad gesloten. Er kwam een oud vrouwtje van achter het huis aanlopen die op het gestommel aan de deur was afgekomen. Toen ze vertelde dat ze pelgrims waren zei ze ‘voor pelgrims gaan de deuren altijd open’. Chapeau !

Na de volgende dag afscheid genomen te hebben van Sem hadden ze er goed de vaart in.

Ze lopen trouwens nog steeds in Frankrijk.

Hier is het al een poos echt herfst met vele plensbuien. Hoe gaat het daar ? Het moment dat ik het vroeg was het 30 graden overdag. En eigenlijk treffen ze het voortreffelijk met het weer. Het is nog maar enkele dagen dat ze genoodzaakt  met regencape moesten lopen. Ik ben benieuwd hoe het straks gaat als ze in Spanje door het Basken land en Galicië lopen daar is het weer anders dan elders in Spanje. Kouder en regenachtiger vooral.

S ’avonds in de Auberge  hebben ze een man ontmoet uit Polen. ‘Toevallig spraken we over de wereld jongerendagen’ vertelde Toine. Toen vertelde hij dat hij priester is en dat hij vanaf Polen naar Compostella loopt. Hij vroeg of ze morgenochtend samen met hem de H. Mis  willen vieren in de Auberge. De volgende morgen sloten nog twee mensen zich aan die ook in de Auberge sliepen en vierden ze met een select groepje de H. Mis. De keukentafel was het altaar.

Onderweg kom je nu steeds vaker een pelgrim tegen.  Iedereen liep naar een bepaald dorpje.

Toine vertelde: ‘als je 10 km extra doorloopt, wordt je altijd wel beloont en dat klopte deze keer’.

Er doemde een immens groot kasteel voor ze op. Een stond bordje met het adres van de beheerder en met de mededeling dat het voor pelgrims mogelijk was om daar te slapen. Voor 19 euro p.p mochten ze in het kasteel slapen. Ze kregen de sleutel mee. Een heel kasteel alleen voor hun.

Normaal wordt het verhuurd voor recepties en partijen en als de mogelijkheid er was mochten pelgrims hier gebruik van maken voor de nacht. Wat een bofkonten ! Ze keken hun ogen uit. Een grote balzaal, een kasteelkeuken, luxe badkamer. Alleen voor hunzelf.  In het kasteel spraken ze elkander aan als jonkheer en jonkvrouwe. Dat lijkt me ook wel logisch.

De laatste week op hun voettocht vonden ze de Fransen steeds meer smeerlappen. Overal stinkt het hier. Maakt niet uit waar je komt, overal dezelfde smerige geur. Zelfs de lavendelolie bood geen soelaas meer. Op een gegeven moment bemerkte ze het euvel. Het waren niet de Fransen die stonken maar het kwam uit hun rugzak vandaan. Herinnert u zich nog dat ze eieren hadden mee gekregen van een vrouwtje voor onderweg. Het waren er zoveel dat ze nog enkele gekookte eieren ergens in hun rugtas hadden zitten (!).

Gisteren werden ze belaagd door vliegen. Een zwerm vloog met hun mee. De verrotte eierenlucht overheerste nog steeds. Mogelijk de reden dat ze gezelschap van een zwerm vliegen om hun heen kregen.

Vriend Tom Kocken belde  ‘of ze al bij de oma en opa van zijn Franse vriendin Lorraine voorbij waren gekomen ?’. Zij komen daar de komende week langs op hun route naar s

Santiago de Compostella. Toeval of niet ze zitten er zo’n 25 km vanaf.  ‘ 2.300 km onderweg en dan kruizen onze wegen elkaar’ roept Toine verbaasd uit. De opa en oma van Lorainne hebben een gebouw die zijn bestemming gevonden heeft om onderdak te verlenen aan pelgrims. Dit wordt door vrijwilligers gerund op basis van donavito. Dat wil zeggen je mag geven wat het je waard is of wat je kunt missen. Dit zie je vaker onderweg. Helemaal dienstbaar voor de mens onderweg. Er wordt ook gekookt en je krijgt een ontbijt.

Het plaatsje heet Rocquefort.

Onze pelgrims zitten nu onder de oogstmijt. Ze hadden door het gras gerold en dat hadden ze beter niet kunnen doen. In het najaar zit er oogstmijt in het gras en dat veroorzaakt de ergste jeuk die je kan voorstellen. Mentholzalf helpt hier tegen en na de lavendel smeren ze zich nu daar mee in. Toine appte: ‘oogstmijt is beter dat je ze vermijd’. Waarvan acte.

De eerste uitlopers van de Pyreneeën komen in zicht. De weersvoorspellingen worden de komende weken wel slechter. In de Pyreneeën wordt de eerste sneeuw verwacht.

Volgende keer meer.

2 reacties op “Toine & Lizzie onderweg naar Santiago de Compostella

Laat een reactie achter op Bertus Dekker Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *