De Veertigdagentijd

De voorbereidingstijd op Pasen noemen we de veertigdagentijd. Vroeger stond deze tijd bekend als de “grote vasten”. In de tijd tussen carnaval en Pasen werd er door de katholieken over het algemeen behoorlijk streng gevast. En natuurlijk waren er allerlei uitzonderingen, maar de meeste katholieken hielden zich goed aan de vasten. Op een bepaald moment werd dit echter niet meer als heel zinvol gezien. Er kwam toen de vastenactie. De bedoeling was dat je jezelf elke dag iets zou ontzeggen. Wat je zo bespaarde gaf je aan de vastenactie. Dan ging het geld naar een goed doel in de derde wereld. Op zich natuurlijk een goed idee. Alleen het bleek niet echt te werken. Mensen stopten wel geld in het vastenzakje, maar het jezelf iets ontzeggen kwam steeds meer op de achtergrond. Het werd gewoon een gift. Daarmee werd het doel eigenlijk helemaal uit het oog verloren. Je zou zelfs kunnen zeggen: we hebben het kind met het badwater weggegooid.

In het verleden heb ik wel eens geprobeerd om het idee nieuw leven in te blazen. Ik vroeg dan een aantal mensen om samen met mij één dag in de week te leven op water en brood. Het geld dat we dan bespaarden ging dan naar de vastenactie. Maar het werd steeds moeilijker om mensen hiervoor warm te krijgen. Wat dat betreft ben ik wel eens jaloers op de Islamieten. Zij nemen hun vastentijd, de Ramadan, bloedserieus. Het is echt nog een opgave. Ook daar zitten natuurlijk wel een paar haken en ogen aan. Maar daar gaat het nu niet om. Het is het algemene idee van een vastentijd. Ik ben ervan overtuigd dat dit heel zinvol voor iedereen zou kunnen zijn. Als je er tenminste op een goede manier mee om weet te gaan. Het is natuurlijk niet verstandig om te ontaarden in een soort fanatisme. Dat is niet wat onze God van ons vraagt. Maar jezelf een paar weken het een en ander ontzeggen, is een goede zaak.

Gerard Remmers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.